Where have you gone, Joe DiMaggio?

Rivaliteit is fantastisch. Het is heerlijk om af en toe lekker te schelden tegen die schoppende rechtsback van de tegenstander. De blijdschap die ik voel wanneer ik zie dat Manchester City punten aan het verspelen is, kan mijn dag maken. Ik maakte een sprong van vreugde toen dat uilskuiken van een Djokovic gediskwalificeerd werd tijdens de US Open een paar weken geleden. Maar ondanks al die gevoelens is rivaliteit vooral fantastisch omdat het sportprestaties naar grotere hoogten stuwt.

Elke sport is namelijk een teamsport. Er is geen sporter die het alleen kan. Iedere voetballer is onderdeel van de grote selectie. Elke wielrenner trapt mee in het allesomvattende peloton. Ik heb nog nooit een tennisser zien winnen van niemand of een onzichtbare hand zien schudden aan het net. We kunnen het niet alleen. Sterker nog: samen zijn we beter.

Kijk bijvoorbeeld naar Roger Federer en Rafael Nadal. Sinds zondag hebben ze allebei twintig Grand Slam titels in de prijzenkast hangen. Maar zonder de ander zou de één nooit zo goed zijn geweest. Stel dat Roger in een tijdperk zonder Rafa gespeeld had, hoeveel Grand Slams had hij dan gewonnen?

Negen keer stonden de Zwitser en de Spanjaard tegenover elkaar in een Grand Slam finale. Zesmaal trok Nadal aan het langste eind. Ik denk dat ik wel mag stellen dat Federer in de afwezigheid van Nadal, al die Grand Slams had gewonnen (ja, ik gooi Novak Djokovic heel bewust uit het open raam van mijn geheugen; gediskwalificeerd wegens onsportief gedrag). Federer zou dan zesentwintig Grand Slams gewonnen hebben. Meer dan ieder ander. Hij zou eenzaam aan de top staan als een lammergier bovenop de Matterhorn. Maar zou hij ook grootser zijn dan dat hij nu is?

Hoe zouden we ons hem herinneren als hij op vijftigjarige leeftijd zijn Wilsons aan de wilgen hangt na een carrière die niet geteisterd werd door Spaanse spierballen aan de overzijde van het? Wacht – zou hij überhaupt nog spelen als Rafael Nadal er niet was geweest? Of zou hij, verveeld door de absentie van een uitdager, zijn gestopt op zijn dertigste? Zou hij zonder Nadal eigenlijk wel in de buurt van die twintig gewonnen Grand Slams gekomen zijn?

Hoeveel helden zijn groot geworden dankzij hun uitdagers? Hoe goed zou Messi zijn zonder Ronaldo? Of Maradona zonder Pele? Zouden we twijfelen aan de onaantastbaarheid van Magic Johnson als Larry Bird er niet zou zijn geweest? Was Serena zo goed geweest zonder de hete adem van haar zus in haar nek te voelen, vanaf het ontbijt tot het verhaaltje voor het slapengaan? Als Ajax en Feyenoord beste vrienden waren geweest, zouden we dan over De Klassieker spreken?

Toen Paul Simon tijdens het schrijven van Mrs. Robinson in zijn geheugen groef naar een sporter die een vergane held symboliseerde kwam hij uit bij Joe DiMaggio, de sterspeler van de New York Yankees die een kort huwelijk met Marilyn Monroe kende. Maar zonder de ongekende rivaliteit tussen de Yankees en de Red Sox, tussen Joe DiMaggio en Ted Williams, was er naar alle waarschijnlijkheid een andere naam op het schrijfblok van Paul Simon komen te staan.

De voor Harry Potter fans bekende profetie “de één kan niet voortleven als de ander niet dood is” gaat niet op in sport. Voor een sporter geldt dat de één voortleeft dankzij de ander. Je bent zo goed als de tegenstanders die je ontmoet in de arena. Je rivaal is je grootste motivator. Je grootsheid reflecteert in de heldhaftigheid van je zeges.

Daarom hoop ik dat Federer en Nadal elkaar nog lang zullen blijven uitdagen zodat de herinnering aan hun prestaties nog glansrijker wordt. Natuurlijk moet Roger uiteindelijk wel één Grand Slam meer achter zijn naam hebben staan dan Rafa, want een rivalenstrijd moet een winnaar kennen. En die winnaar moet mijn favoriet zijn, zo sportief ben ik dan ook wel weer.  

 

Laat een reactie achter