Pleinvrees

De wereld staat niet stil. Integendeel, ze draait onverminderd hard door. En omdat wij nog altijd niet op Mars wonen, kunnen we maar beter meebewegen. De wereld heeft namelijk behoefte aan wat beweging en niet alleen omdat het fysiek gezond is. Nee, de wereld is onrustig en koppig en misschien is sport precies wat ze nodig heeft om te ontspannen.

We zijn op dit moment nogal snel op onze teentjes getrapt. Allemaal vinden we iets te links of te rechts, te rood of te blauw, te conservatief of te progressief. We staan vaak lijnrecht tegenover elkaar, jij aan de ene en ik aan de andere kant van het plein. We staan allebei in de schaduw en komen niet vaak tot een vriendelijke handdruk ergens in het midden, waar de zon schijnt.

Waarom staan we in godsnaam in de schaduw terwijl het zoveel aangenamer is in de zon? Ik weet het wel. We zijn bang. In het midden van het plein zijn we namelijk kwetsbaar; verder verwijderd van de veilige schutplekken aan de rand. Ook zijn we boos. De andere kant van het plein is namelijk voor idioten. Ik begrijp niet hoe jij het in je hoofd haalt om daar te staan. En jij begrijpt mij net zomin.

Maar weet je, als je bang bent of boos bent, dan presteer je het slechtst. Dat geldt voor sportprestaties maar eigenlijk voor alles in het leven. En ik heb het niet over zenuwen, want zonder spanning kunnen de beste prestaties misschien niet eens geleverd worden.

Tijdens een penaltyserie moet je kalm zijn. Voor boosheid en angst is geen plaats. Vraag dat maar aan Jaap Stam of David Beckham. En wat te denken van Primož Roglič die, zonder zijn gele trein, de vijfde tijd reed in een klimtijdrit die hem op het lijf geschreven leek? Uiteraard op papier een prima prestatie tijdens de afsluitende rit van drie weken koers, maar het feit dat zijn adjudant, Tom, sneller bergop reed op zijn tijdrijfiets dan hijzelf op een lichte racefiets, zegt veel. Was het de angst om te winnen die hem opbrak?  

Tijdens een beslissende set in de finale van Wimbledon is er evenmin plaats voor angst of boosheid. Zo sloeg Jana Novotna een dubbele fout op 4-1 40-30 in de derde set tegen Steffi Graf in de finale 1993. Normaal gesproken maakt dit niets uit - ze stond immers nog altijd 4-1 voor en was maar zes punten verwijderd van de winst – maar haar hart pompte angst en boosheid door haar bloedvaten en ze won die wedstrijd geen game meer. Of neem de Wimbledon finale van 2019 in het herenenkelspel tussen Federer en Djokovic. Ik zou het de mooiste wedstrijd uit de tennisgeschiedenis genoemd hebben, ware het niet dat de strijd de verkeerde winnaar kende. Op 8-7 in de vijfde set had Federer twee matchpoints op eigen service. Door agressief en gedurfd te spelen was hij op een 40-15 stand gekomen; hij sloeg twee aces die game en zijn eerste services sloeg hij, zoals vrijwel de gehele wedstrijd, op de lijnen. Vlijmscherp en loepzuiver, zoals we van hem gewend zijn. Tijdens de matchpoints veranderde hij echter van strategie. Opeens speelde Federer zijn services op zeker. In plaats van de punten te halen, hoopte hij dat Djokovic het werk voor hem zou doen. Angst, hoe weinig ook, kreeg grip op zijn krijgershart. Zo vluchtte Federer naar het net op één van de matchpoints en hoopte hij dat zijn opponent de passing zou missen. Maar Wimbledon krijg je niet cadeau. Helaas. Het doet pijn om dit op te schrijven, want het is een sportmoment dat ik uit mijn geheugen heb proberen te wissen. Het was pijnlijk om vast te stellen dat een grootheid zoals Roger ten onder ging door fouten die ikzelf zou maken.

Misschien wel het mooiste voorbeeld van de rol die angst en boosheid speelt in het kleineren van prestaties deed zich voor in in 1936. Het was een tijd waarin nationalisme een kookpunt bereikte. Tijdens de Olympische Spelen in Berlijn was Jesse Owens, een Afro-Amerikaan, erop gebrand om Adolf Hitler te bewijzen dat zijn opvattingen over de superioriteit van het Arische ras foutief waren. Terwijl hij op een boot vanaf de Verenigde Staten naar het vasteland van Europa voer, moet Owens gedroomd hebben over de gouden plakken die hij voor de besnorde neus van de dictator weg zou kapen. Hij had onder andere zijn zinnen gezet op het verspringen. De Amerikaan had een groot deel van zijn leven gewijd aan het verbeteren van zijn aanloop, zijn afzet en zijn sprong. Hij kon het met zijn ogen dicht. Maar tijdens de kwalificatiewedstrijden voor de finale die een dag later plaats zou vinden lukte het niet. Tweemaal sprong Owens ver, maar tweemaal werd zijn sprong ongeldig verklaard. Zijn afzet was over de lijn. Hij wond zich enorm op over de eenvoudig ogende prestaties van een lange blonde Duitser genaamd Luz Long, een oogappel van de Duitse dictator. Jesse Owens was erop gebrand om verder te springen dan zijn blonde opponent om te bewijzen dat ras er niet toe deed. Boosheid overschaduwde zijn prestatievermogen en dat had twee ongeldige sprongen als gevolg.

Piekerend over het uitblijven van de grootsheid waartoe zijn lichaam in staat was, bereidde Owens zich voor op zijn volgende kans. Opeens voelde hij een hand op zijn schouder. Hij draaide zich om en keek recht in de twee helderblauwe ogen van Luz Long. De Duitser sprak hem kalmerend toe in het Engels waar het Duits vanaf droop.

“Aangenaam kennis te maken.”

Owens knikte terug.

“Wat is er met je aan de hand?”

Owens vroeg zich af wat de Duitser bedoelde.

“Je kunt je met je ogen dicht kwalificeren.”

Owens knipperde verbaasd met zijn ogen.

“Als je de volgende keer nou gewoon een paar centimeter verder terug begint met je aanloop, dan maak je ook geen ongeldige sprong. Je hoeft niet te winnen vandaag. Vandaag telt niet, morgen wel.”

Owens glimlachte en deed wat de Duitser hem aanraadde. Hij zette dertig centimeter achter de streep af en kwalificeerde zich alsnog eenvoudig.  

De volgende dag won Jesse Owens een gouden medaille bij het verspringen. Ook won hij de 100 meter, de 200 meter en de 4x100 meter estafette tijdens de Spelen van 1936. Hij kreeg geen hand van Adolf Hitler, maar dat hoefde misschien ook niet. Jesse Owens won namelijk iets veel mooiers dan vier gouden medailles. Hij won een vriendschap.

Hoewel Luz Long geïndoctrineerd was met de denkwijzen van de nazipartij, was hij bereid om uit de veilige schaduw van zijn kant van het plein te stappen. Hij zette een paar passen totdat hij in de zon stond. Daar schudde hij de hand van Jesse Owens. De twee atleten stonden midden op een gouden plein van verbroedering. De Amerikaanse legende vatte het mooi samen: “Mijn vier gouden plakken maken geen enkele kans om de vierentwintigkaraats vriendschap uit te blinken.”

 

Laat een reactie achter