Groter dan de beul

Op een heldere avond in New Orleans, op 3 februari in 2013, feliciteerde Colin Kaepernick zijn collega quarterback, Joe Flacco, uitkomend voor de Baltimore Ravens. Kaepernicks teamgenoten van de San Francisco 49s dropen teleurgesteld af na het verliezen van de Superbowl. Hoewel hij eveneens baalde van de nederlaag moet hij optimistisch zijn geweest over de roem die aan zijn horizon gloorde. Hij was vijfentwintig jaar oud en er lagen nog talloze jaren voor hem in het verschiet waarin hij aan het langste eind kon trekken in de Superbowl. In minder dan vier jaar tijd maakte zijn carrière echter een noodstop. En dat was niet door zijn eigen toedoen.

Op 26 augustus bleef de quarterback op de bank zitten tijdens het Amerikaanse volkslied, omdat het land “zwarte mensen en mensen van kleur onderdrukt”. Toen de media lucht van zijn actie kregen, werd hij zowel geroemd als verafschuwd. Helaas overschaduwde de retoriek dat hij zijn land en zijn vlag verraadde de woorden van steun.

Ondanks de hevige kritiek kreeg Kaepernick veel bijval. Zo onderschreef toenmalig president Barack Obama dat hij volledig in zijn recht stond. Al snel volgden andere American Football spelers zijn voorbeeld om te knielen – de pose die Kaepernick op dat moment steevast aannam om zijn protest vorm te geven – tijdens het volkslied en tijdens de seizoenopening in 2016 kusten de knieën van meerdere spelers de grond.

Maar niet iedereen roemde het standpunt van de quarterback. De toenmalige Republikeinse presidentskandidaat en levensgevaarlijke beroepsclown, Donald Trump, bekritiseerde Kaepernick op geheel eigen wijze. Hij noemde hem een son of a bitch en vond dat hij van het veld moest worden gesleept. Drie maanden later speelde Colin Kaepernick zijn laatste wedstrijd in de National Football League.

Ook in zijn afwezigheid werd er nog steeds geknield tijdens het volkslied. Daarop ondertekenden de eigenaars van de NFL-teams een nieuwe regel die spelers het verbod om te knielen oplegde. Zij vonden dat sporters niet voor activist moesten spelen.  

De schoenmaker-blijf-bij-je-leest-vlieger die voorschrijft dat sporters zich enkel druk moeten maken om de bal, het racket, de puck en de touchdown gaat voor mij niet op. We hebben op te komen voor de zaken waarin we geloven; in de eerste plaats zijn we namelijk allemaal mensen. Of je nou professioneel sporter bent of banketbakker, waar je voor staat (of knielt) is belangrijker dan hetgeen dat brood op de plank brengt.

De Nederlandse Spoorwegen speelden een duivelse rol in de Tweede Wereldoorlog. Ze hebben speciaal ingelegde treinen gereden om mensen te vervoeren, met concentratie- en vernietigingskampen in het buitenland als uiteindelijke bestemming. Terugkijkend beschouwt NS dit als een zwarte bladzijde in haar geschiedenis. En terecht! Ook conducteurs en machinisten zijn in eerste instantie mensen. Ook conducteurs en machinisten hadden moeten weigeren.

Is het eenvoudig? Nee. Een protest is nooit eenvoudig en altijd ongemakkelijk. Als het gemakkelijk zou zijn dan zou er niets veranderen. Zonder grenzen te verleggen, blijft alles bij het oude, staan we stil. En als er één wijze les uit de sport te halen valt, is het wel dat stilstand achteruitgang is. Zodra we toegeven aan ongelijkheid, is er geen hoop meer.

Toen de Black Lives Matter protesten op haar grootst waren afgelopen zomer, besefte ik pas echt hoe diep racisme verweven is in het Amerikaanse systeem. Toen ik op Union Square, met een kapje over mijn grote mond en een met viltstift beklad kartonnen bord in mijn hand, acht minuten en zesenveertig seconden lang in stilte knielde – de exacte tijd dat George Floyd gewurgd werd – openden mijn tot dat moment beperkte ogen zich. Ik ben blank, hetero en heb geen enkele reden tot klagen. Pas toen ik een verjaardagsliedje zong voor de vermoorde Breonna Taylor besefte ik me dat pas echt. Het was vreemd, raar en ongemakkelijk. Maar dat is een protest altijd. Het duwt tegen de randen van ons denkkader aan en als er maar genoeg kracht gezet wordt, verschuift ons blikveld; beetje bij beetje. Zwijgen is geen optie, want stilstand is achteruitgang.

En daarom, precies daarom, is mijn respect voor Colin Kaepernick ongekend groot. Want wat de gevolgen van zijn acties ook waren, hoe ongemakkelijk ook, hij aanvaardde ze. Het doel is groter dan hemzelf.

Om redenen die voor mij onbegrijpelijk zijn, heeft hij sinds zijn laatste wedstrijd op 1 januari 2017 geen minuut meer gespeeld in de NFL. Hij is clubloos; blijkbaar durft geen enkele eigenaar het aan om hem aan zijn selectie toe te voegen. Hij heeft een Superbowl in zijn rugzak en meer ruggengraat dan iedere andere quarterback op de Amerikaanse velden, maar toch wordt hij weggehoond. Terwijl andere, zelfs minder getalenteerde sporters wegkomen met verslavingen, huiselijk geweld en belastingonderduiking, wordt een man die opkomt voor zijn recht genegeerd.  

Colin Kaepernick stak zijn kop boven het maaiveld uit en werd genadeloos onthoofd. Maar geen guillotine, zwaard of bijl kan hem zijn hart ontnemen. Hij zal doorvechten voor het goede, tot de laatste snik, als een ridder strijdend tegen een draak. Onvermoeibaar, onvermurwbaar, niet klein te krijgen. Daarom is hij, leunend op zijn knie, groter dan iedere beul.

 

Laat een reactie achter