Echte topsport is onvoorspelbaar

Ik heb genoten van de Tour.

Toen Mathieu Van Der Poel twee keer als eerste bovenkwam op de Mur de Bretagne heb ik staan juichen en omhelsde ik mijn vrienden zo innig dat het leek alsof ik ze voor het eerst in jaren onverwachts weer tegenkwam (daar kom ik zo nog op terug).

Tijdens de noodweer etappe over vijf bergen naar Tignes waarin iedereen van zijn fiets geregend werd – behalve Wout Poels, Ben O’Connor en (sprinter?) Sonny Colbrelli – heb ik iedere minuut genoten: de grimassen op de gezichten van de renners en de strepen die de banden achterlieten op het natte asfalt zeiden alles over de pijn waarmee gekoerst werd die dag.

Maar dit zijn niet de grootste redenen waarom ik genoten heb van de Tour. En nee, zelfs het feit dat drie Nederlanders de bollentrui hebben gedragen en we het geel zes dagen om de mooie schouders van Mathieu Van Der Poel hebben zien hangen, heeft niet alles te maken met waarom ik zo lyrisch ben.

Ik heb vooral genoten van de onvoorspelbaarheid. Bijna iedere etappe gebeurde er wel iets waardoor ik op het puntje van mijn stoel heb gezeten. Of het nu een verwoede poging om een waaier te creëren was of een stel Movistar renners dat als een groep hongerige wolven op Carapaz joeg (in plaats van Pogacar het te laten oplossen), er gebeurde eigenlijk niets voorspelbaars. En dat is toch heerlijk!

Want topsport, echte topsport, is onvoorspelbaar. Dat wat ons een paar tellen kost om te begrijpen, onthouden we. Een dropshot van Federer. Een passing uit geslagen positie van Nadal. Een stiftje van Cantona. Een aanname van Bergkamp. Of een coup op de Mur de Bretagne om het geel te veroveren van Van Der Poel.

Kijk, de vorige Tour heb ik vooral genoten van de laatste tijdrit, toen Pogacar iets flikte wat ook een paar tellen koste om te begrijpen. Al die etappes daarvoor, toen Jumbo vooral heel hard op kop fietste, ben ik vergeten. Dat was knap en pure klasse, maar niet onverwachts. Het was precies zoals Ineos en daarvoor Sky koersten. Hard rijden en dan je gele pijl afschieten.

Daarom zal ik me Chris Froome niet per se herinneren als de man die vier keer de Tour won, maar vooral als de meesterknecht die zijn kopman uitdaagde door van hem weg te rijden om even aan de ploegbaas te laten zien dat hij de beste was. Dat was onvoorspelbaar. En daar heb ik dus van genoten.

En daarom omhelsde ik mijn vrienden dus zo innig na die meesterzet van Van Der Poel op de Mur de Bretagne. Onze omhelzing leek op een onverwachts wederzien van vrienden en in zekere zin was dat ook zo: wij maakten ineens kennis met de wielersport van de jaren zestig, zeventig en tachtig waarin (met doping en zonder oortjes) onvoorspelbaar en prachtig gekoerst werd.  

En de mooiste overwinning? Dan kies ik toch voor de solo van Bauke Mollema. Was het onvoorspelbaar? Voor mensen die veel ritten van Bauke Mollema gezien hebben misschien niet. Maar bedenk je even dat dit een jongen uit het platteland van Groningen is. Uit een provincie die op een paar mooie steden na, vlak en eender is. Voorspelbaarheid is de constante in Groningen. De wegen zijn er recht en vlak. De velden vierkant. Zo nu en dan rijdt er een trekker langs en af en toe loeit er een koe. En daar, in het meest voorspelbare stukje van ons voorspelbare landje, is een renner geboren die zijn klassementsambitities overboord heeft gegooid om ritten te kapen, Bauke Mollema. En het is hem in de Tour al twee keer gelukt.  

Dat is pas onvoorspelbaar!

 

Laat een reactie achter