Echte spitsen

Even een korte uiteenzetting over de nummers negen van deze wereld.

Spitsen dus. Je hebt ze in alle soorten en maten. Kleine opdondertjes die vliegensvlug wegdraaien en waar je als verdediger helemaal gek van wordt. Denk hierbij aan die (dekselse) Javier Saviola in zijn gloriedagen in het shirt van Benfica.

Er zijn ook spitsen die beresterk zijn, niet per se vindingrijk wat loopacties betreft en soms zelfs zonder neus voor de goal. Dit type spitsen blinkt uit in spiermassa en voetbalt vrijwel nooit in de top. En als ze wel op het hoogste niveau schitteren, dan is dat vaak van korte duur. Graziano Pellè is hier een goed voorbeeld van.

En dan zijn er echte spitsen. En dat zijn eigenlijk de mooiste. Spelers die het ‘per ongeluk’ scoren tot kunst verheven hebben door altijd op de goede plek te staan. Mijn maag draait zich weer om als ik terugdenk aan de lelijkste goal ooit in een Champions Leaugue finale: Inzaghi die een vrije trap per ongeluk tegen zijn ribbenkast aangeschoten krijgt, mijn Liverpool op achterstand zet en wegrent alsof hij het allemaal zo bedoeld had.   

Maar eerlijk is eerlijk, Superpippo was een echte spits. Wat hem en anderen van zijn soort kenmerkt is het opzoeken van de randjes, zowel letterlijk door altijd precies niet buitenspel te staan, als figuurlijk door de tegenstander (en haar fans) het bloed onder de nagels vandaan te halen met irritant gedrag.

Als er een echte spits in jouw ploeg speelt, dan kun je niet anders dan van hem houden. En als hij tegen jouw cluppie speelt, dan word je knettergek van hem. Ik herinner me nog goed dat ik op een koude decemberavond met m’n broertje in de Grolsch Veste was toen Twente tegen Schalke speelde. Ik kan die avond niet vergeten, want het was een van de mooiste wedstrijden die ik heb meegemaakt in Enschede; hoe de fans van beide ploegen elkaar toen toezongen, is onvergetelijk.

Maar goed, Twente – Schalke dus. Bij ons speelde een echte spits. Ik hoef hem niet te introduceren: Blaise is een God. Maar Schalke had er net zo een. Kevin Kuranyi heette hij. Nooit heb ik iemand met een smeriger baardje gezien. Hij sjokte wat over het veld, vocht met onze verdedigers en deed er echt alles, maar dan ook alles aan om te winnen. Mekkeren, drammen, zaniken.

Schitterend.

Tegen het einde van de tweede helft, toen Twente met 2-1 voorstond, en Sander Boschker een uittrap wilde nemen, schopte Kuranyi de bal voor de voeten van de doelman weg om vervolgens luid schreeuwend en druk gebarend naar de scheidsrechter te rennen. De arbiter trapte met beide benen in dit – eerlijk is eerlijk – prachtige stukje matennaaierij en gaf Boschker een gele kaart voor tijdrekken.

Dat typeert een echte spits. Zelfs als het doel niet gevonden kan worden, scoort hij nog. Hoe heerlijk moet het zijn geweest om een spits als Kevin Kuranyi of Blaise N’Kufo in de punt te hebben staan. Als weinig vernuftige opkomende back kun je de bal namelijk zonder te kijken richting de zestien lobben. Je weet immers dat hij daar ergens staat.

En als de bal in de zestien komt waar een echte spits staat, dan lijkt het alsof er iets verandert aan de natuurkundige wetten. Zwaartekracht krijgt een andere werking. De bal die eigenlijk via de paal naast moet rollen, belandt plots op de knie van de inlopende echte spits, wiens voorwaartse pas het leer pardoes in het net doet belanden.

Ook de tijd lijkt anders te werken voor een echte spits. Waar verdedigers opgelucht ademhalen en bijkomen van de doffe klap waarmee een knetterharde vrije trap tegen de vuisten van de doelman ploft, rent de echte spits op het doel af. Een tel later ontwaakt de achterste linie, om tot hun afgrijzen vast te stellen dat er gescoord is. Hoe precies, dat weten ze niet. Door wie? Tja … dat kan er maar een zijn.

Alleen echte spitsen zoals Kevin Kuranyi kunnen lelijk scoren tot kunst verhevenen. Zij zijn de Jackson Pollocks van de voetbalwereld; geen verfijnde penseelstreken à la Van Gogh of Rubens, maar ruige, wilde stroken en spatten die op het eerste gezicht nergens op lijken, maar, wanneer de verfstof neergedaald is, net zo kunstig zijn als andere meesterwerken.

 

Leave a comment